Gebruik capaciteit bedden

Sinds het afschaffen van de wettelijk erkende bedden is er veel onduidelijkheid over hoe groot een ziekenhuis feitelijk is. De meeste ziekenhuizen vermelden in de maatschappelijk jaarverslag het aantal bedden dat ze daadwerkelijk in gebruik hebben, de feitelijke bedden[1].

Het aantal feitelijke bedden is een boeiend gegeven omdat een aantal patiëntenlogistieke theorieën waaronder de Theory of Constraints[2] er van uit gaat dat de beschikbare capaciteit van invloed is op de doorstroming en daarmee op de gewogen gemiddelde ligduur. Uit ons onderzoek blijkt echter geen verband tussen de gewogen gemiddelde ligduur en de gemiddelde bedbezetting. Een mogelijk verklaring hiervoor kan zijn dat ziekenhuizen die actief bezig zijn met patiëntenlogistiek ook het aantal feitelijk beschikbare bedden tijdig hebben aanpast om ‘druk’ op het beddenhuis te houden om zo snel besparingen te realiseren.

Een belangrijke parameter bij de beschikbare capaciteit is het percentage geweigerde patiënten. Dit aantal mag uiteraard niet hoog zijn. In de medische literatuur wordt vaak uitgegaan van een percentage geweigerde patiënten tussen 0,1% en 1%. Het zijn waarden die ons acceptabel en verdedigbaar lijken. Op basis van een wetenschappelijke publicatie  van Jones R (2011) (Hospital bed occupancy Demystified, British Journal of Healthcare Management 17(6): 242-248) is te berekenen welke bedbezettingspercentage past bij een ziekenhuis, rekeninghoudend met een acceptabel percentage geweigerde patiënten van 0,1% -1%.

Aangezien patiënten weigeren onwenselijk is en er op dit moment bezuinigd moet worden, hebben wij in dit onderzoek gekeken of er sprake is van over- of ondercapaciteit in Nederlandse ziekenhuizen. Op basis van de indeling van Jones is de over- of ondercapaciteit van een ziekenhuis berekend door het verschil te nemen tussen optimale bedbezetting en de werkelijke bedbezetting.

Voor overcapaciteit is een ondergrens van 0,1% geweigerde patiënten genomen en voor ondercapaciteit een percentage van 1% geweigerde patiënten[3]. Dit betekent dat er altijd lege bedden moeten zijn in een ziekenhuis.

In de grafiek is te zien per ziekenhuis grootte wat de maximale bedbezetting mag zijn en wat de minimale bedbezetting. Door het feitelijk aantal bedden te nemen en het verschil te berekenen met het maximaal of minimaal aantal bedden (aan de hand van bedbezettingspercentages) is de overcapaciteit respectievelijk ondercapaciteit berekend.

Uit de berekeningen blijkt dat patiënten in Nederlandse ziekenhuizen  in principe niet geweigerd hoeven te worden. Er is namelijk sprake van overcapaciteit[4] van 12% van alle bedden in de Nederlandse ziekenhuizen. In Nederlandse ziekenhuizen is zo een overcapaciteit van 5176 bedden. Dit getal is een optelsom van alle beschikbare capaciteit.

Klik hier om de bedcapaciteit van ieder ziekenhuis – over- of ondercapaciteit – te bekijken.  Ziekenhuizen kunnen aan de hand hiervan bepalen welke keuzes zij willen maken om  onder- of overcapaciteit tegen te gaan.

Ziekenhuizen met te weinig bedden die te veel patiënten moeten weigeren, hebben twee opties:

1) het verkorten van de gewogen gemiddelde ligduur waardoor bedden worden ‘vrij gespeeld’ en

2) het vergroten van de beddencapaciteit door het openen van een nieuwe verpleegafdeling.

Uit ons onderzoek blijkt dat er bij een groot aantal ziekenhuizen voldoende ruimte is voor ligduurverkorting.

Ziekenhuizen met overcapaciteit hebben ook twee opties:

1) meer patiënten behandelen; als dat niet lukt kunnen zij overgaan tot

2) het sluiten van verpleegafdelingen.


[1] Feitelijk bed is de eenheid van capaciteit van een instelling voor gezondheidszorg waarvan wordt uitgegaan bij de dagelijkse planning van de te verlenen zorg, overgenomen van CBS.

[2] De Theory of constraints (ToC) is een managementtheorie die is ontwikkeld door een Israël geboren businessconsultant, Eliyahu Goldratt. De theorie gaat er vanuit dat in elk proces knelpunten zijn, knooppunten van deelprocessen die gepasseerd moeten worden voordat volgende deelprocessen in gang gezet kunnen worden. Zo ontstaat er een plafond voor de capaciteit van een systeem. Een knelpunt (ook bottleneck genoemd) in een systeem is vaak met eenvoudige middelen op te lossen. In ziekenhuizen wordt de ToC gebruikt om het doel (de patiënt op tijd weer gezond naar huis) te realiseren. Andere theorien zijn Lean en Six Sigma.

[3] Het onderzoek van Jones toont ondermeer aan dat het bedbezettingspercentage in kleine ziekenhuizen lager moet zijn om de kans op een geweigerde patiënt te laten afnemen.

[4] Overcapaciteit betreft het aantal bedden dat er meer aanwezig is dan noodzakelijk om te komen tot een weigeringpercentage van 0,1%. De lege bedden die nodig zijn om fluctuaties in patiënten aantallen op te vangen is dus niet meegenomen in de overcapaciteit.

Overzicht onder- en overcapaciteit per ziekenhuis 2010

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: