Ligduurmonitor Nederlandse ziekenhuizen 2010

Patiënt kan steeds sneller naar huis, ligduur neemt af, bedden staan leeg

Vandaag heeft Coppa, een adviesbureau gespecialiseerd in patiëntenlogistiek, de onafhankelijke studie ‘Ligduurmonitor Nederlandse ziekenhuizen 2010’ gepubliceerd. Het is voor de eerste keer dat Coppa het effect van de prestaties van Nederlandse ziekenhuizen heeft berekend. Alle Nederlandse ziekenhuizen zijn over de jaren 2008-2010 vergeleken op hun logistieke prestaties en het gebruik van de bedden.

In 2010 is de gewogen gemiddelde ligduur in Nederlandse ziekenhuizen verder gedaald. De ligduur geeft een goed beeld van de doorgevoerde patiëntenlogistiek in een ziekenhuis. De gewogen gemiddelde ligduur in alle Nederlandse ziekenhuizen was in 2010 3,17 dagen. Dit betekent een daling van 4,5 procent ten opzichte van 2009.

Er is een grote variatie: perifere ziekenhuizen hebben de kortste ligduur. Die is wat korter dan de ligduur in topklinische ziekenhuizen. Academische hebben de langste ligduur. Dit is voor een deel terug te voeren op het verschil in complexiteit van de behandelingen.

Er blijkt bovendien een groot verschil tussen de gemiddelde ligduur van vergelijkbare ziekenhuizen. Dit betekent dat in de meeste ziekenhuizen nog steeds grote veranderingen zijn door te voeren en dat er daarom veel van elkaar te leren valt.

Het effect van de ligduur verkorting, blijkt uit berekeningen van Coppa Consultancy, is een overcapaciteit van meer dan vijfduizend bedden in de Nederlandse ziekenhuizen De meeste ziekenhuizen hebben een overcapaciteit, bij enkele is echter sprake van enige ondercapaciteit.

Het volledige rapport is te downloaden op onder het kopje ‘Dossier Ligduur’ en op www.coppa.nl.

Advertenties

Van top tot teen: emancipatie

Het is een wat beladen term: emancipatie. Misschien dat de bedrijfskundige literatuur daarom liever spreekt over empowerment. Empowerment gaat over het teruggeven van de macht aan de werkvloer. Bij alle implementaties van patiëntenlogistiek helpen wij om de macht weer terug te geven aan de verpleegkundigen, een echte cultuur verandering. In dit blog wil ik ingaan op het belang van deze cultuur veranderingen aan de hand van twee voorbeelden.

Nog even terug naar dat woord emancipatie, voor mij klinkt het als dertiger al ouderwets, gelukkig maar. Helaas zie ik in ziekenhuizen een nog ouder mechanisme werken bij de verhouding tussen de medisch specialist en de verpleegkundige. En om dan toch maar in de geschiedenis te blijven hangen: je wenst je de hoofdzuster terug die een gezond weerwoord heeft. Er is ook een stroming die dit aanhangt: primary nursing. Dit is een Amerikaanse school waarbij de verpleegkundige wordt gezien als intermediair tussen patiënt en medisch specialist en zorg draagt voor de coördinatie van de zorg.

In een grote visite staat onze denkbeeldige medisch specialist (A) stil bij een patiënt.  Hij bekijkt het dossier, spreekt even met de patiënt en vertelt de verpleegkundige (V) dat hij/zij het nog maar even wil aankijken.  De medisch specialist maakt aanstalten om naar de volgende patiënt toe te gaan. De verpleegkundige denkt aan de verwachte ontslagdatum en vraagt zich af wat hij/zij nu moet doen om die ontslagdatum te halen. Wat kijken we eigenlijk aan? Vroeger had hij/zij het niet in zijn/haar hoofd gehaald om door te vragen maar nu, na de training, durft hij/zij het wel aan. Het gesprek ontrolt zich als volgt:

V: Collega, wat kijken we aan?

A: Oh, of de temperatuur zakt.

V: OK, en hoe veel moet die dan zakken?

A: Er mag geen koorts meer zijn.

V: OK, en wanneer moet de koorts weg zijn?

A: Voor morgen middag.

V: en als de koorts niet zakt, mag ik dan een paracetamol geven?

A: Ja doe maar, goed idee!

Let op: de medisch specialist heeft in essentie geen verkeerde afweging gemaakt maar het niet gedeeld met de verpleegkundige waardoor deze in eerste aanzet niet weet waar hij/zij aan toe is.

Niet veel later komt de directeur van ziekenhuis de afdeling oplopen en vraagt de verpleegkundige waar de heer Blessé ligt. De heer Blessé ligt al 6 weken op de afdeling, te wachten op een operatie in het academisch ziekenhuis. De directeur is bezig met zijn lijst van twintig meest vertraagde patiënten en wil graag weten wat hij voor de heer Blessé kan doen. Onze verpleegkundige vindt het toch mooi dat ook de directeur zich bemoeit met de problemen op de werkvloer. De familie die ook aanwezig is, is onder de indruk dat de directeur zijn gezicht heeft laten zien.

Emancipatie van top tot teen kan mooie dingen te weeg brengen.

De Longafdeling krijgt het benauwd

 “Loop” als longpatiënt een willekeurig ziekenhuis binnen en de kans dat je uiteindelijk op de afdeling Long verpleegd wordt, is niet vanzelfsprekend. Dat is extra vervelend omdat je als longpatiënt de specialistische verpleegkundige zorg hard nodig hebt, zeker als je het heel benauwd hebt. Hoe komt dat en wat kunnen we er aan doen?

Op het moment van schrijven van dit blog heb ik de eerste berichten over sneeuw en vorst op de radio gehoord. Met de komst van de kou begint ook het seizoen voor de longarts. Een belangrijk deel van de patiënten van de longarts zijn COPD patiënten (zie kader). COPD patiënten kunnen rond deze tijd een plotselinge verergering van hun ziekte laten zien (exacerbatie). Deze verergering van COPD kan worden uitgelokt door virale en bacteriële luchtweginfecties (50 tot 70%) en omgevingsfactoren zoals luchtvervuiling (10%). Bij circa 30% van de exacerbaties blijft de oorzaak echter onbekend. Kort samengevat: er is sprake van seizoensinvloeden en het slechte weer dat aangekondigd is maakt het er voor longpatiënten niet beter op.

COPD is een afkorting van de Engelse term ‘Chronic Obstructive Pulmonary Disease’, dit betekent chronisch obstructieve longziekte (er is dus een aanhoudende obstructie in de longen). Het is een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem. De prevalentie van COPD in Nederland is 20 op de 1000 (wat neerkomt op 320.000 COPD patiënten). Jaarlijks sterven er ongeveer 6.000 mensen aan COPD. Dit is zo’n 4% van de totale sterfgevallen in Nederland. Hiermee behoort COPD tot de ziekten met de hoogste sterfte.

 Het effect van de toename van het aantal longpatiënten is niet alleen lastig voor de afdeling Longgeneeskunde maar ook vaak voor andere afdelingen. In onze adviespraktijk zie we het aantal longpatiënten in het hoogseizoen vaak het dubbele zijn van het laagseizoen. Gevolg hiervan is dat longpatiënten vaak op de afdeling Cardiologie of Interne Geneeskunde verpleegd worden omdat de afdeling Longgeneeskunde ‘vol’ ligt. Met een beetje pech stromen ook deze afdelingen weer vol waardoor er steeds meer patiënten, ook niet longpatiënten, op verkeerde afdelingen worden verpleegd. Bijkomstig probleem is dat wij uit ervaring weten dat patiënten die op een ‘verkeerde’ afdeling worden verpleegd langer liggen. Dit heeft weer als gevolg dat het ziekenhuis langer ‘vol’ blijft liggen. In het vervelendste geval wordt er een opnamestop, al dan niet terecht, afgekondigd.

Aangezien dit effect seizoensgebonden is, kan een ziekenhuis  er gevoeglijk vanuit gaan dat het probleem vaker voor komt. Goed voorbereid het seizoen in, ka n dus geen kwaad. Hoe korter de ligduur van een longpatiënt hoe meer patiënten in het hoog seizoen behandeld kunnen worden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat longpatiënten ziek naar huis worden gestuurd, maar het is ook niet de bedoeling om longpatiënten op te nemen en ze niet tijdig te behandelen.

Uit ons onderzoek naar de ligduur in Nederlandse ziekenhuizen over 2009, hebben wij ook specifiek gekeken naar de ligduur van het specialisme longgeneeskunde. Wij beschikken over de ligduur voor het specialisme Longgeneeskunde  van een 40 ziekenhuizen (een evenredige representatie van academisch, top klinische en perifere ziekenhuizen). Uit dit onderzoek blijkt dat gemiddeld genomen de ligduur in 2009 sterk is afgenomen met 7,8% bij een gemiddelde ligduur van 7,5 dag. Er zit ook een groot verschil tussen de gemiddelde kortste ligduur (3,7) en gemiddeld langste ligduur (11,0).

In onze adviespraktijk herkennen wij deze gigantische verschillen. De reden ervoor zijn divers en ik zal u er een aantal, willekeurig gekozen, noemen: 1) er is geen hospice in de omgeving waardoor het ziekenhuis terminale longpatiënten verpleegt, 2) de longartsen zijn van mening dat er onvoldoende kennis en kunde is bij de verpleeghuizen in de omgeving om longpatiënten te verplegen.

Er zijn nog tal van voorbeelden en bijbehorende oplossingen om de druk op de afdeling Longgeneeskunde af te laten nemen. Deze willen wij graag met u delen zodat uw afdeling Longgeneeskunde weer lucht krijgt. Wij doen dit op het seminar dat wij organiseren op woensdag 12 januari van 15.00 tot 18.00 in Arnhem. U kunt zich aanmelden door een mail te sturen naar bas.bouwman@coppa.nl. De kosten voor het seminar bedragen € 75,00 p.p..

Als eten een probleem wordt…

Afgelopen week vertelde een vriend dat zijn vader een zware operatie achter de rug had en dat gelukkig alles goed gegaan was. Zijn vader was blij het overleefd te hebben maar maakte zich zorgen omdat de dokter gezegd had dat hij overmorgen naar huis moest. In alle eerlijkheid; de beste man wist niet hoe hij naar huis moest omdat hij zich nog te wankel voelde om op zijn benen te blijven staan. Bijdehand als mijn vriend is, pakt hij het statusoverzicht van zijn vader, bladert er doorheen en constateert tot zijn verbazing dat zijn vader al 4 dagen niets heeft gegeten. Samen met nuchter zijn voor de OK maakt dat 5 dagen niets eten. Hoe voelt u zich na 5 dagen vasten?

Dit brengt me bij een interessant punt namelijk de relatie tussen voeding en het effect op de gemiddelde ligduur. De directeur-generaal volksgezondheid bij het VWS drs. Paul Huijtens is daar vrij duidelijk in: “Ondervoeding in ziekenhuizen leidt tot een langere opnameduur, hetzij omdat het herstel meer tijd vergt, of omdat het niet verantwoord is direct te beginnen met een ingreep”. De prevalentie is hoog (25-40%) en slechts de helft van de ondervoede patiënten wordt als ondervoed herkend en hiervoor behandeld. Ook de gevolgen zijn in een veelheid van wetenschappelijk onderzoek beschreven. Ondervoeding kan leiden tot vertraagde wondgenezing, verhoogde postoperatieve morbiditeit, verlengde ligduur en zelfs vroegtijdig overlijden.

De eerste vraag die ten aanzien van voeding gesteld kan worden is of voeding onderdeel uit maakt van de kwaliteit van zorg. Het aardige is dat voeding zich namelijk precies op de scheidslijn bevindt tussen enerzijds zorg en anderzijds facilitaire ondersteuning door een voedingsassistent. Is een patiënt ondervoed dan maakt het onderdeel uit van zorg en anders niet. Als de patiënt ondervoed is dan maakt dat de voedingsassistent/facilitaire dienst tot zorgverlener.

Maar wanneer en aan welke patiënten zou de facilitaire dienst deze zorg dan moeten verlenen? Op de eerste plaats moet een ziekenhuis voorkomen dat een ondervoede patiënt niet opgenomen wordt als het planbare zorg betreft. Vervolgens kan een onderscheid gemaakt worden voor patiënten waarvan het verwachte moment van ontslag langer dan bijvoorbeeld 48 uur weg ligt. Je raakt immers niet binnen 48 uur ondervoed. En overigens geheel in lijn met wat een snijdend specialist ooit tegen me zei:  “Tegen de tijd dat je weer trek hebt, dan wordt het hoog tijd dat je naar huis gaat”.

Behandeldoelstellingen gerealiseerd op de vierde opnamedag

Alle aandacht en inzet van voedingsassistenten zou dus gericht moeten zijn op die patiënten die langer liggen en mogelijk in de gevarenzone kunnen komen. Voedingsassistenten kunnen bijdragen aan de kwaliteit van zorg als zij ook sturen op de verwachte ontslagdatum. Wat moet mijn patiënt vandaag gegeten hebben als hij morgen of overmorgen naar huis moet.

Ligduurverkorting oplossing voor bezuinigingen

Sinds kort wordt er hevig gediscussieerd over het sluiten van één van de ziekenhuizen in de provincie Groningen. Is het realistisch om een ziekenhuis te sluiten in het kader van bezuinigingen? Ons onderzoek naar ligduurverkorting Ligduur in ziekenhuizen weer korter, De ligduur in Nederlandse ziekenhuizen: 2009 laat een reductie van de ligduur zien van 4% over 2009. Omgerekend zou dat gelijk zijn aan 3,6 ziekenhuizen. Het gaat te kort door de bocht om op basis van deze berekening besluiten te nemen maar het geeft wel aan dat ligduurverkorting een effect heeft.

Doordat ziekenhuizen actief bezig zijn met patiëntenlogistiek daalt de gemiddelde ligduur al jaren. Uit ons onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de ziekenhuizen, als zij gelijk zouden scoren qua ligduur aan de Best Practice zij nog een ligduurverkorting kunnen realiseren van meer dan 15%. In 2009 is er een tiental ziekenhuizen dat meer dan 9% gewogen gemiddelde ligduurverkorting heeft gerealiseerd. Er is dus nog een wereld te winnen als het gaat om ligduurverkorting. Voor de duidelijkheid: de Best Practice ziekenhuizen geven zelf ook aan dat het einde van de daling van de gewogen gemiddelde ligduur nog niet in zicht is.

Wie is er gebaat bij ligduurverkorting? Een patiënt die is opgenomen, is zijn tijd in het ziekenhuis vooral bezig met wachten, is onze ervaring als adviseurs die dagelijks bezig zijn met patiëntenlogistiek. Een patiënt is echter niet gebaat bij wachten op zorg, een patiënt wil zich zo snel mogelijk beter voelen. Bovendien is bij een langere ligduur de kans groter dat een opnamestop moet worden gehanteerd. Dit dupeert de patiënt. Ook zorgverleners zijn niet gebaat bij lange opnames. Het risico dat wachtende patiënten op verkeerde afdelingen terecht komen is groter omdat eigen afdelingen voller liggen. Ze worden bovendien vaker gestoord in hun werk omdat patiënten vaker willen weten waar ze aan toe zijn. Ligduurverkorting is niet slecht voor de kwaliteit van de zorg. Wachten kost bovendien veel geld, er zijn per saldo meer bedden bezet dan nodig.

Als de kwaliteit van zorg gebaat is bij goed georganiseerde patiëntenlogistiek, dan is het naar mijn mening gerechtvaardigd om te kijken naar de financiële effecten van ligduurverkorting. Merk op dat ligduurverkorting op zich geen doel hoeft te zijn maar het gevolg is van een goed georganiseerde patiëntenlogistiek. Het financiële effect kan twee kanten op gaan: 1) meer opnames door de vrijgespeelde capaciteit hiervoor aan te wenden met als resultaat meer inkomsten voor het ziekenhuis, of 2) het sluiten van (gemiddeld 1 à 2) afdelingen met als resultaat dat het ziekenhuis minder geld uitgeeft. Een combinatie van beide bovengenoemde opties kan natuurlijk ook.

In een tijd waarin ziekenhuizen geconfronteerd worden met bezuinigingen van circa 700 miljoen Euro in 2011, loont het de moeite om eens door te rekenen wat voor een effect ligduurverkorting heeft in harde euro’s. Indien een afdeling wordt gesloten levert dit circa 1 à 2 miljoen Euro per jaar op aan personele en materiële kosten. Voor de 90 ziekenhuizen in ons onderzoek zou dit betekenen een besparing van minimaal 90 en maximaal 180 miljoen euro per jaar. Wat zou er gebeuren als er geen ligduurverkorting wordt gerealiseerd en door de stijgende vraag naar ziekenhuiszorg het aantal klinische opnamen blijft stijgen? In ons rekenvoorbeeld zouden er 3,6 ziekenhuizen gebouwd moeten worden à raison van …..