Ligduurmonitor 2011, ligduur weer korter en einde niet in zicht

Vanaf 2009 volg ik de ligduur in Nederlandse ziekenhuizen. We zien de ligduur gestaag dalen, jaar na jaar. Deze daling is terug te voeren op verbeteringen in de patiëntenlogistiek: de juiste zorg wordt steeds efficiënter op het juiste moment aan de patiënt gegeven waardoor deze niet onnodig lang hoeft te wachten. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat minder OK’s behoeven te worden geannuleerd en dat patiënten niet onnodig in een bed hoeven te wachten.

Zorg wordt almaar duurder; zorg wordt ook steeds belangrijker in onze maatschappij. Steeds meer mensen doen een groter beroep op zorg. De middelen, die de zorg ter beschikking staan, zijn echter schaars. Daarom moet daar efficiënt mee worden omgegaan.  Een optimale en doelmatige patiëntenlogistiek is hierbij een belangrijk hulpmiddel: zo kan meer zorg worden geleverd in dezelfde hoeveelheid tijd en kunnen patiënten sneller worden geholpen zodat zij weer sneller thuis zijn.

Uit ons onderzoek dit jaar blijkt dat net als in de voorgaande jaren de gewogen gemiddelde ligduur in Nederlandse ziekenhuizen is gedaald. In 2011 is de gewogen gemiddelde ligduur met 5,94% teruggebracht ten opzichte van 2010, of wel van 3,17 dagen in 2010 naar 2,98 dagen in 2011. In academische ziekenhuizen (verkorting van 3,7%) is dit wat minder snel gedaald dan in topklinische (5,9%) en perifere ziekenhuizen (6,4%). In ziekenhuizen is in 2011 de gemiddelde verhouding dagbehandelingen/aantal verpleegdagen gestegen naar 22%; in 2010 was dat nog 20%. In 2011 is ook de gemiddelde ligduur in de kliniek gedaald, met 5,5% van 5,4 dagen naar 5,1 dagen. Door een dalende ligduur wordt de patiënt sneller geholpen. Het einde van de daling van de ligduur is niet in zicht en zelfs niet de ziekenhuizen met de kortste gewogen ligduur.

Daling ligduur niet in zicht

Ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren de gewogen ligduur fors weten te verkorten: met gemiddeld 15,04 % tussen 2008 en 2011. Uit ons onderzoek blijkt dat dit in ziekenhuizen tot een verhoogde productie en een stijging van de winstmarge heeft geleid. Mogelijk hebben ziekenhuizen hun winstmarge weten te verhogen door een verkorting van de ligduur. Significant is dit mogelijke verband niet. Er spelen per slot meerdere factoren een rol, waardoor die significantie voor het ligduurverband vooralsnog mistig is.

Ik wens u veel lees plezier en mocht u in een ziekenhuis liggen dan hoop ik dat u er lang genoeg in ligt om het uit te kunnen lezen. Klik hier om de Ligduurmonitor 2011 te lezen.

Ligduurmonitor Nederlandse ziekenhuizen 2011, Ligduur in ziekenhuizen wederom korter, einde nog niet in zicht.

Ranglijst gewogen gemiddelde ligduur 2011

Ranglijst gemiddelde ligduur 2011

Ranglijst verbetering ligduur 2008-2011

Advertenties

Auw dat doet zeer!

Afgelopen maandag kwam mijn collega met haar arm in het gips het kantoor binnen wandelen. Ze was sinds lange tijd weer eens van haar paard gevallen en had haar vingerkootje gebroken. Ze had de hele middag (van 13.00 tot 17:30) op de Spoed Eisende Hulp (SEH) van het Rijnstate gezeten.

Kort samengevat kwam het erop neer dat zij gezien de aard van haar kwaal niet als eerste behandeld werd, logisch. Minder logisch was dat het gips twee keer aangebracht moest worden, er een tweede röntgen foto gemaakt moest worden omdat de eerste toch niet alles liet zien en dat ze haar even vergeten waren bij wisseling van het team te melden dat zijn naar huis kon.

Op een SEH wordt meestal als vuistregel gehanteerd dat iedereen binnen 2 uur (in sommige ziekenhuizen is dat drie uur) gezien is door een arts. In de beleving van mijn collega was zij de hele middag onder de pannen voor iets ‘simpels’ als een gebroken vinger.  Het lijkt dus een goed idee om naast het sturen op tijdig alle patiënten te zien, ook gestuurd zou worden op alle patiënten tijdig naar huis.

Het relaas van mijn collega deed me terugdenken aan het volgende voorval dat ik u niet wil onthouden:

 

Op een SEH komt een man (2 bij 1 meter) met iets te veel tattoo’s dan er eigenlijk op zijn arm passen binnen, met een vinger uit de kom. Het is enorm druk en de behandelend arts komt na twee uur binnen stormen. Hij pakt het dossier en kijkt naar de vinger: “Uw vinger is uit de kom. Ik zal er even aan moeten trekken. Dat doet zeer dus ik zal u een verdoving geven”. Het spuitje wordt gegeven en met  de volgende woorden vertrekt de arts: “Zodra deze verdoving werkt dan kom ik terug en zetten wij uw vinger weer recht, vijf minuutjes, zo gepiept”.  Het is druk op de SEH dus na een half uur komt de behandelend arts terug. Hij controleert het dossier, kijkt naar de vinger en komt tot de conclusie dat de vinger uit de kom is en de verdoving is uitgewerkt. Het ritueel herhaalt zich tot ergernis van de patiënt  van 2 bij 1 meter met iets te veel tattoo’s dan er eigenlijk op zijn arm passen. Jammer genoeg is het zo druk op de SEH dat de arts wederom wordt weggeroepen om bij een andere patiënt te komen. U begrijpt al dat tegen de tijd dat de behandelend arts terug keert bij de patiënt er zeker een half uur is verstreken. De patiënt verhipt van de pijn en is veranderd in een hooligan. Het is niet geheel duidelijk of betreffende patiënt in de hierop volgende confrontatie met de behandelend arts ook nog zijn andere hand heeft geblesseerd.

Moraal van het verhaal is dat als je alleen stuurt op het tijdig zien van patiënten dit niet per definitie ten goede komt aan de efficiency en klantvriendelijkheid.  In dat kader wil ik graag vermelden dat ook ondergetekende een keer op de SEH van het Rijnstate is beland en daar voortreffelijk en heel snel is behandeld.

Glashelder

Twee jaar terug heb ik een executive course ‘Leading Professional Service Firms’ gevolg aan de Harvard Business School in Boston.  Op zich was dat al een belevenis omdat het  niveau beduidend hoger is dan in Nederland. In eerste aanzet was mijn deelname bedoeld om me te ontwikkelen om zo Coppa Consultancy verder te helpen groeien. Ondanks dat het deelnemersveld voornamelijk bestond uit partners van adviesbureaus, bankiers, werving&selectie bureaus en accounts, richtte het programma zich ook op bestuurders van ziekenhuizen. De parallel is eenvoudig: consultants, bankiers et cetera zijn net als medisch specialisten professionals. Afgelopen periode heb ik zowel binnen Coppa als binnen mijn adviespraktijk in ziekenhuizen veel plezier gehad van de lessons learned at Harvard.

Veel van de discussies gingen over beloningsstructuren (altijd leuk voor een discussie met bankiers van Goldman Sachs, ook aanwezig), strategie, veranderingen doorvoeren en de rol van leiders. Je hebt het gevoel dat als je terug komt je voorzien bent van een nieuwe hard disk met honderd verschillende manieren om te groeien. Voor zover de lofzang, maar als er één ding is dat ik elke dag nog gebruik: Wees glas helder! In wat je wil en wat je doet.

De zorg staat voor een gigantische uitdaging: meer zorg met minder geld. Het is aan leiders in de zorg om dat doel te realiseren. Er zijn tal van wegen die naar dat doel leiden en die kunnen allemaal even succesvol zijn zolang de top van de organisatie maar glashelder is in wat zij wil en wat ze doet. Nu hou ik me met twee zaken bezig binnen ziekenhuizen: inkoop en patiëntenlogistiek. Meer zorg met minder geld vertaalt zich voor inkoop & patiëntenlogistiek als volgt. Koop slimmer in én realiseer meer omzet door meer patiënten sneller te behandelen. Glashelder lijkt me.

Toch is de praktijk bijzonder weerbarstig omdat inkopers om honderd en één redenen niet de beoogde besparingen realiseren,   medisch specialisten in onvoldoende mate naar een verwachte ontslagdatum toe werken en zorgmanagers niet op de executie van de OK planning sturen. Door glashelder te formuleren wat je van professionals verwacht, dit consequent blijft herhalen,  navenant beloond en obstakels wegneemt voor professionals om jouw doel te halen, dan zullen professionals gaan excelleren.

Het is geen makkelijke weg maar wel één die leidt tot succes. Een weg die niet alleen bestuurders moeten nemen maar met hun alle leiders in de organisatie op hun niveau: het hoofd inkoop en de zorgmanger dus ook. Hoe helder wil je het hebben?!

Afstudeeropdracht patientenlogistiek

Het afgelopen jaar heeft Coppa een studie uitgevoerd naar de ligduur in Nederlandse ziekenhuizen. Deze studie is
positief kritisch ontvangen door de branche en heeft de nodige aandacht gekregen in de media met onder publicaties in NRC Handelsblad en Skipr.nl. Ook dit jaar gaan wij weer een studie uitvoeren naar de ligduur in Nederlandse ziekenhuizen. In dit onderzoek willen wij een nieuwe dimensie toevoegen aan deze studie bijvoorbeeld in relatie tot omzetgroei, kwaliteit van zorg, veiligheid of de vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland en België. Kortom genoeg aanknopingspuntenvoor een ambitieuze student.

Wat is de stageopdracht : Eind juli moet het rapport gereed zijn vergelijkbaar aan het rapport Ligduur in ziekenhuizen weer korter, de ligduur in Nederlandse ziekenhuizen: 2009. Dit rapport zal je samen met Bas Bouwman schrijven maar het is jouw verantwoordelijkheid om alle data tijdig beschikbaar te hebben en een concept rapport te schrijven. In dit rapport moet een nieuwe dimensie zijn opgenomen die maatschappelijk relevant is.

Stageduur: Je kan per direct beginnen. Het rapport moet 31 juli 2011 gereed zijn. Je afstudeeropdracht (scriptie) moet uiterlijk binnen 6 maanden na je start gereed zijn.

Wat bieden wij: Wij bieden je een uitdagende werkomgeving aan op ons kantoor in Arnhem en bij opdrachtgevers, Nederlandse ziekenhuizen.  Bij succesvolle afronding en optimaal presteren bestaat de mogelijkheid om na afloop van de stageopdracht bij Coppa indienst te treden als junior consultant.

Stagebegeleider: Bas Bouwman, partner en oprichter van Coppa en auteur van de vorige studie. Zie ook www.basbouwman.nl

Geïnteresseerd: Stuur je CV en motivatie naar bas.bouwman@coppa.nl. Besteed in je motivatie vooral aandacht aan welke extra dimensie je zou willen toevoegen aan het onderzoek.

Olaertsduynlezing Zorglogistiek, dinsdag 17 mei 2011

De logistieke principes in de zorg toegepast, meteen bijdrage van Bas Bouwman over ToC en Lean toegepast in de zorg.

Graag willen wij u graag meer kennis en inzichten geven van de toepassingen van zorglogistiek in de diverse sectoren in de gezondheidszorg. Daarom vindt er binnen de Olaertsduynlezingcyclus op dinsdag 17 mei 2011 een lezing plaats met het thema zorglogistiek. Laurens, iBMG/Erasmus Universiteit Rotterdam, lectoraat Samenhang in de Ouderenzorg Hoge School Rotterdam en Omstreken en BMC organiseren bijeenkomsten rondom verschillende thema’s die spelen in de zorg; de Olaertsduynlezingcyclus. Vanuit verschillende invalshoeken zullen drie inleiders het belang, de uitwerking en de resultaten van het toepassen van logistieke principes in de zorg belichten en met u verder van gedachte wisselen over de toepassing in uw praktijk:

Jan Vissers, Hoogleraar Zorglogistieke bedrijfsvoering, instituut Beleid & Management Gezondheidszorg Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bas Bouwman, partner bij Coppa Consultancy, geeft advies over onder andere zorglogistiek en is onderzoeksleider van het Rapport:Ligduur in Ziekenhuizen weer korter.

Patricia Can, senior adviseur bij BMC, is samen met CNV Jongeren en CNV Publieke Zaak grondlegger van het sociaal – innovatie programma Slimmer Werken, dat vanaf 2005 in meerdere zorginstellingen is geïmplementeerd.

De bijeenkomst vindt plaats in het landhuis Olaertsduyn in Rockanje waar wij u vanaf 15.00 uur graag laten kennismaken met de laatste ontwikkelingen op het gebied van zorglogistiek. De bijeenkomst sluiten we filemijdend af en bieden u de mogelijkheid gebruik te maken van een aangekleed dinerbuffet.

 

Het programma ziet er als volgt uit:

14.30 uur

Ontvangst met koffie en thee.

15.00 uur

Ontwikkelingen, voorbeelden en onderzoek op het gebied van zorglogistiek in cure en care onder leiding van Jan Vissers

16.00 uur

LEAN en TOC, onder leiding van Bas Bouwman.

17.00 uur

Slimmer Werken, onder leiding van Patricia Can.

18.00 uur

Borrel gevolgd door een dinerbuffet met ruime gelegenheid om informeel na te praten met collega’s uit uw sector.

Om u een volledig verzorgde bijeenkomst aan te kunnen bieden, zien wij uw interesse voor deze lezing van de
Olaertsduyncyclus graag vóór maandag 2 mei2011 tegemoet. Aan het bijwonen van de bijeenkomst zijn geen kosten verbonden. U kunt zich aanmelden via het aanmeldingsformulier op onze website onder www.bmc.nl/zorglogistiek. Tenminste een week voor aanvang van de bijeenkomst ontvangt u van ons de bevestiging met routebeschrijving per e-mail.

Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met mevrouw Mandy van Foeken, afdeling PR & Marketing, via
telefoonnummer (033) 496 52 00. Wij kijken ernaar uit u dinsdag 17 mei aanstaande tijdens deze bijeenkomst als onze gast te mogen begroeten!

Een bed is een bed

Er gaat heel wat schuil achter dit simpele een ‘bed is een bed’ principe. Dit principe wordt alom gebezigd in Nederlandse ziekenhuizen als het gaat om het opnemen van patiënten. Ziekenhuizen liggen namelijk wel eens vol, en dat betekent dat u dan niet kunt worden opgenomen en u noodgedwongen naar een ander ziekenhuis moet gaan. Niet een echt lekker idee als u denkt dat u ‘gered’ bent zodra u het ziekenhuis in zicht heeft.

Een ziekenhuis is een verzamelplaats van medische specialismen die allemaal hun eigen gespecialiseerde verpleegafdelingen hebben. Daar werkt personeel dat getraind is om bijvoorbeeld longpatiënten (COPD) te verplegen en niet orthopediepatiënten. En dat is dan weer een prettige gedachte. Bij elk specialisme is de grootte van de afdeling afgestemd op de normale zorgvraag; meer bedden en verplegend personeel aanhouden dan noodzakelijk is vanuit efficiency oogpunt onwenselijk en dus is er beperkte overcapaciteit. Als er nu meer patiënten aan de deur van het ziekenhuis kloppen dan dat er bedden beschikbaar zijn voor dat specialisme, dan wordt de patiënt toch opgenomen maar op een andere verpleegafdeling zie alhier het ‘bed is een bed’ principe.

  Gevolg hiervan is dat de patiënt minder goede (let op!: er is hier absoluut geen sprake van onvoldoende) zorg krijgt, vanwege de minder gespecialiseerde kennis van het verplegend personeel. Hierdoor heeft de patiënt gemiddeld een langer verblijf in het ziekenhuis dan een vergelijkbare patiënt die wel op de ‘juiste’ afdeling wordt opgenomen. Een tweede, meer logistiek, effect van het opnemen van een patiënt op de verkeerde verpleegafdeling, is dat de opnemende afdeling één bed minder heeft om haar eigen patiënten op te nemen, waardoor de kans groter is dat er ook hier weer een patiënt op de ‘verkeerde’ afdeling wordt opgenomen. Er ontstaat hierdoor een soort neerwaartse spiraal, tenzij…

…Wij de eerste patiënt die op de verkeerde afdeling ligt terugplaatsen  naar de juiste afdeling. Er is echter een negatief effect van deze oplossing, namelijk overdracht.  Overdracht brengt een serieus gevaar met zich mee:  het maken fouten. Gelukkig hebben ze daar in het AMC weer een checklist voor ontwikkeld, wat het aantal fouten aanzienlijk kan beperken.

Ik heb recentelijk in een ziekenhuis onderzoek gedaan naar de ligduur en daarbij ook gekeken naar het aantal overplaatsingen. Ze gebruiken daar niet de checklist van het AMC. Eén op de vier patiënten wordt hier overgeplaatst; ik heb de statistieken voor medische missers maar niet losgelaten op deze populatie….

In essentie zou een ziekenhuis geen gebruik moeten willen maken van het bed is een bed principe. Als er voldoende capaciteit beschikbaar komt, bijvoorbeeld door ligduurreductie, dan kan deze capaciteit aangewend worden als veilige capaciteit om de pieken in de zorgvraag op te vangen. Zo gaan ligduurreductie en kwaliteit van zorg hand in hand.

Goede voornemens…laten te wensen over



“Ik wens  jullie een gelukkig en vooral gezond 2011 toe”, staat er al jaren op de kerstkaart van mijn oma. Geen slecht voornemen natuurlijk om gezond te blijven. Persoonlijk sta ik altijd wel even stil bij een oud jaar en wat ik graag zou willen bereiken in het nieuwe jaar. Daarbij denk ik niet alleen aan zaken in mijn privéleven maar vooral ook professioneel.

Misschien staat niet iedereen zo bewust stil bij zijn professionele voornemens, wij hebben ze wel. Als wij dat projecteren op alle professionals die werkzaam zijn in een ziekenhuis dan wordt het een hele klus om die goede voornemens in dezelfde richting te laten wijzen. Hieronder heb ik een aantal belangrijke professionals beschreven met hun doelen.

Een medisch specialist (cardioloog) hoopt aan het eind van dit nieuwe jaar zijn langlopende onderzoek af te ronden. Zodra hij die af heeft dan kan hij mogelijkerwijs serieus denken aan een aanstelling bij het Universitair Medisch Centrum hier in de stad. De voorzitter van de Raad van Bestuur zit met een groot financieel probleem omdat hij,  vanwege de door de minister van VWS opgelegde  kortingen, met een gat in zijn begroting zit van 5 miljoen euro. Hij heeft zich dan ook voorgenomen om in 2011 keuzes te maken welke behandelingen het ziekenhuis wel en welke hij niet gaat doen. De manager van de kliniek wil graag starten met patiëntenlogistiek om de druk van het beddenhuis af te halen. Ten slotte is het hoofd inkoop van plan om zijn inkoop besparings- doelstellingen snel te realiseren. Zijn overtuiging is dat dit haalbaar is maar dan moet er wel echt aanbesteed worden en van leverancier gewisseld kunnen worden.

Iedereen is vol goede moed begonnen op maandag 3 januari 2011. Echter op vrijdagmiddag 7 januari is het een komen en gaan van gefrustreerde professionals bij de Voorzitter van de Raad van Bestuur.  Wat is er aan de hand? Inkoop heeft besloten om het pakket pacemakers dit jaar echt aan te besteden en per 1 juli is er mogelijk een nieuwe leverancier. Dit loopt dwars door het onderzoek van de cardioloog. De cardioloog is hier zo boos over geworden dat hij zijn medewerking aan het pilotproject ligduurverkorting op de verpleegafdeling heeft opgezegd.  De manager van de kliniek is hier nogal van over zijn toeren. De Raad van Bestuur verwacht veel van deze ligduurverkorting omdat het of meer omzet kan realiseren in het B-segment of kan bezuinigen door een verpleegafdeling te sluiten. Daarom heeft zij aangegeven dat het inkoopproject  wel doorgaat, maar ‘nu even niet’. Hierdoor haalt inkoop haar doelstellingen niet en bovendien is dit een slecht signaal voor de andere inkoopprojecten.

Toch bijzonder dat iedereen met goede en frisse moed aan het jaar begint en op de eerste vrijdagavond van het jaar alweer thuiskomt en zegt dat het elk jaar hetzelfde liedje is.

Om iedereen in dezelfde richting te kunnen laten werken is het noodzakelijk dat de top van een organisatie met professionals, zoals een ziekenhuis, glashelder verwoordt welke richting de organisatie opgaat. Dat is geen sinecure en vraagt een hele duidelijke visie waar je langer over nadenkt dan een vrijdagmiddag. Nu had de voorzitter van de Raad van Bestuur dit wel gedaan en ook nog gecommuniceerd met zijn mensen, maar buiten het ziekenhuis had iemand blijkbaar ook een ‘goed’ voornemen.

Maandagmiddag 6 januari meldt het NRC Handelsblad dat minister Schippers een rem zet op de marktwerking. Dit is opvallend omdat ze altijd een fel tegenstander was van een dergelijke invloed van de overheid.  Gezien ‘de majeure impact’ en ‘risico’s’ van verdere liberalisering zet Schippers nu ‘een tijdelijke stap terug in termen van concurrentie’.  Het speelveld voor de voorzitter van de Raad van Bestuur is in één dag compleet veranderd.  Om het overzichtelijker te maken, meldt Skipr dat  woordvoerder Lilian Jansen van VWS laat weten dat de nota waarop NRC Handelsblad zich baseert, achterhaald is. Alle goede voornemens ten spijt, zo kan niemand een organisatie leiden en er voor zorgen dat mijn oma gezonde zorg krijgt in 2011.